Hein Overbeek

Voor Hein Overbeek sloeg de weegschaal van zijn dubbeltalent door naar de beeldende kunst, maar de muziek bleef altijd belangrijk. Na de Koninklijk Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag legde hij zich naast het schilderen voornamelijk toe op grafisch werk, in de nog zeldzaam voorkomende vorm van linoleumsnedes. Daarnaast was hij werkzaam als creatief therapeut, aan het Instituut voor Psychiatrische Dagbehandeling (IPD), en bij de Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK).
Zijn oeuvre bestaat voor het grootste deel uit strakke zwartwitte composities, nu eens van een indringende, voorname monumentaliteit, dan weer is het de speelsheid die in het oog springt. Dit geldt zowel voor vorm als inhoud. In alle gevallen is de hand van deze kunstenaar zeer herkenbaar.
Indrukwekkend zijn de vele series. Het Drents Museum kocht hiervan De Achterkant van Assen aan. Die over de bouw van de Nieuwe Kolk in Assen werd in opdracht van de NAM als boekwerk uitgegeven. Opvallend is ook de reeks prenten waarop de verbouwing van het Drents Museum in beeld is gebracht. Niet voor niets wordt Hein Overbeek door dit architecturale werk de chroniqueur van Assen genoemd. Overbeek laat zich ook inspireren door literaire meesterwerken die hem bijzonder aanspreken. Series verbeelden onder meer Candide van Voltaire, De Meester en Margarita van Boelgakov, Hondenhart van dezelfde schrijver, en de Vertellingen van duizend-en-een nacht.
Hein Overbeeks muzikale talent vindt niet alleen uitdrukking in zijn beeldende werk, waarin muziek en muzikanten telkens terugkerende onderwerpen zijn. Hij is ook actief als banjospeler en was lid van veel oude stijl jazzbands. Met twee ervan, Fifty Six en Het Fluitekruidt won hij het Breda Jazzfestival. Zijn spel is op diverse LP’s en CD’s te beluisteren.