In memoriam Alfred Hafkenscheid

Portret van een Schilder

Het Dagblad van het Noorden publiceerde onderstaande in memoriam:

De Drentse kunstschilder en DSG lid Alfred Hafkenscheid is zondag 9 augustus 2026 op 90-jarige leeftijd in Zuidlaren overleden, zo hebben zijn zonen bekend gemaakt. Schepper van een huiveringwekkende en desolate wereld.

Hafkenscheid werd op 29 februari 1936 geboren in Blitar op Java, in het toenmalige Nederlands-Indië. In 1968 kwam hij naar Drenthe. Hij woonde en werkte vele decennia in Schipborg. Hij gold als een van de belangrijke schilders van Drenthe en laat een omvangrijk oeuvre van schilderijen en tekeningen na.

Culturele Prijs van Drenthe

In 2012 ontving Hafkenscheid de Culturele Prijs van Drenthe voor zijn oeuvre en zijn betekenis voor de beeldende kunst in de provincie. Daarbij hoorde een expositie in het provinciehuis. Een jaar eerder verscheen de monografie Alfred Hafkenscheid. Schilderijen en tekeningen. In 2017 werd bij Pictura in Groningen een grote overzichtstentoonstelling van zijn werk gehouden.

Naar verluidt hadden de ambtenaren van de provincie in 2012 nogal moeite met de getoonde kunstwerken en belegden ze in die periode vergaderingen liever buiten het pand, zodat bezoekers niet geconfronteerd hoefden te worden met vervormde naakten en mistroostige landschappen van Hafkenscheid.

Zijn werk was ongemakkelijk. Huiveringwekkend. Gruwelijk soms. Hij schilderde niet om te behagen, maakte geen kunst met winstoogmerk, geen werk voor de massa. In de provincie waar de schoonheid van het landschap het allerhoogste goed is – een marketingtool, een unique selling point – toonde Alfred Hafkenscheid een wereld die we liever niet zien.

In zijn landschappen verbeeldde Hafkenscheid eenzaamheid, vervreemding en angst. „Desolate en kille vergezichten met afgezaagde bomen onder een dreigende hemel”, noteerde Dagblad van het Noorden-cricitus Illand Pietersma bij een expositie in Assen. En over het mensbeeld: „Iedereen staart langs elkaar heen en leeft binnen een in zichzelf gekeerde, eigen wereld.”

Jappenkamp

Hafkenscheids moeilijk te doorgronden werk is te verdelen in vier periodes: tot 1982 landschappen, tot 1989 poppen en clowns, tot 2009 vervormde mensfiguren en sindsdien ’gedempte dramatiek’. Zijn fascinatie voor lelijkheid en gruwelen kwam voort uit zijn jeugd in jappenkampen. Toch maakte hij geen traumakunst. Het ging hem om de intensiteit van de achterkant.

Alfred Karel Hafkenscheid, die voor de liefde naar Drenthe kwam, woonde de laatste jaren in een verpleeghuis in Zuidlaren. Hij leed aan de ziekte van Alzheimer.

In 2012 maakte documentairemaakster Lydia Tuijnman met cameraman Martijn Pot, geluidsman Geert Gritter en editor Sytse Kramer, een psychologisch portret van Hafkenscheid voor RTV Drenthe.
De documentaire staat nog altijd online op het YouTube-kanaal van RTV Drenthe.

Alfred Hafkenscheid

Voor mij ontstaat een schilderij nooit op zichzelf, maar altijd naar aanleiding en in vergelijking met andere schilderijen. Het ontstaan binnen een reeks. De inspiratiebron wordt aan de schilderijen daarvoor opgedaan. Als ik bezig ben met een ontwerp, dan doemen allerlei gedachtes en ideeën bij mij op, die ik dan in schetsjes vast leg. En die schetsjes kunnen op een gegeven moment dienen tot een nieuwe compositie.Ik weet niet, welke gegevens een rol gaan spelen, die het tot een beeld doen vormen. Dat heb je niet zelf in de hand, omdat dat zich afspeelt in het onderbewuste. Ik werk niet zo vanuit een bepaald plan. Ook die schetsjes zijn heel summier. Het is een proces dat zich helemaal op het doek afspeelt.
Mijn motivatie is de betrokkenheid op dat moment met een van die schetsjes. Er ontstaat een spanning, gedrevenheid, die mij tot een uitbeelding daarvan dwingt. Daar de ideeën, die vanuit mijn innerlijk voortkomen meer onbewust, dan bewust zijn, wil ik hierover niet meer zeggen dan dat ze te maken hebben met gevoelens van eenzaamheid, angst, vervreemding en het op zoek zijn naar jezelf. Mijn schilderijen verhouden zich in zoverre tot elkaar, dat ze voortkomen uit mijn innerlijk, uit dat stuk eenzaamheid, die vervreemding, die in ieder werk weer tevoorschijn komt. Dus in die zin behoren ze wel bij een reeks, hoewel de onderwerpen heel verschillend kunnen zijn.
Naar aanleiding van zo′n schetsje zet ik met verdunde verf de compositie op het doek. Vaak al direct afwijkend van het schetsje, omdat dit voor mij niets meer dan een aanleiding is. Nu gaat het eigenlijke proces beginnen. Al schilderende raak ik meer en meer bij het onderwerp betrokken en krijgt het langzamerhand gestalte. Wat ik wezenlijk zoek is de herkenning van het beeld, dat reeds in mijzelf aanwezig moet zijn. Voor mij is het schilderen niets anders dan de ontdekkingstocht naar dit beeld. Als ik het herken, dan kan ik doorgaan. Wanneer ik het niet herken, dan ben ik aan het veranderen, afkrabben en zoeken, totdat het uiteindelijk verschijnt. Mijn onderwerpen komen voort uit de wisselwerking tussen mij en de wereld, waarin ik leef. Ik word gevormd door alles wat van buiten af op mij inwerkt en de mate waarin ik dit verwerk.