Artificial Intelligence : Brainstorm Sessie met de HKU

Enige tijd geleden werd het DSG bestuur benadert door een studente van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU): of wij wilden meewerken aan een onderzoek naar de effecten van Artificiële Intelligentie (AI) op de traditionele kunstenaar. Een groepje van tien DSG’ers zag daar wel brood in en weldra zaten we met z’n allen rond een tafel in de DSG Galerie om, onder leiding van Cathelijne Abels,  over AI te brainstormen.

Uit eerder onderzoek is gebleken dat traditionele kunstschilders en tekenaars nog niet zoveel weten over AI, maar zij hebben wel behoefte aan betrouwbare informatie. Zo weten velen bijvoorbeeld niet hoe ze hun eigen traditionele werk kunnen beschermen tegen het ongewenst terechtkomen in AI-systemen. In samenwerking met een kunstenaars organisatie wil Cathelijne, door meer bewustwording te creëren, hier iets aan doen.

Na een wat aarzelend begin vlogen de post-it briefjes al snel over tafel en zijn we er in geslaagd om voldoende ideeën te genereren. Die kunnen Cathelijne op weg helpen om een gebruiksvriendelijk informatie systeem te bouwen. Zo’n systeem kan ons in de toekomst helpen om de voor- en nadelen van AI beter te begrijpen en ons wellicht een zetje in de juiste richting geven om AI ook zelf te gebruiken.

Op de website van de Kunstenbond is meer informatie over AI te vinden met de onderstaande links:

kunstenbond

samen de koers van AI bepalen

Wat kan ik doen om mijn werk te beschermen tegen ongewenst gebruik door AI

Felicitaties Helma van de Water Nationale Keramiekprijs 2023

Helma van de Water uit Smilde behaald 7e plek met de Nationale Keramiekprijs 2023, waaraan 110 kunstenaars met ruim 200 keramische werken mee deden.

Op 27 januari jl. vond de uitreiking plaats bij EM Studio Gallery in Amsterdam.  Helma: ”Ik ben zeer verheugd met deze behaalde plaats.

                                                                                   

Na de Keramiekopleiding in Gouda ben ik met het werken op de draaischijf begonnen en nog steeds doe ik dat met plezier. Het is een mooie erkenning  en een kroon op mijn werk.”

Een deel uit het rapport van de vakjury: ‘ ..De schaal is prachtig gedecoreerd met een spel van glazuur en strakke uitgespaarde lijnen die de onderliggende klei mooi zichtbaar laten. Spannend zijn de uitgesneden vormen die ze op speelse wijze, iets versprongen en haaks over de rand van de schaal heeft gemonteerd. De lijnen en kleurvlakken in zwart, mosgroen en donkerblauw, volgen dan keurig de vormen en dan weer lopen ze juist dwars over de binnen en buitenzijde van de schaal. Hierdoor krijgt het geheel een spannende dynamiek en interessante vlakverdeling. Dit mooie stukje vakmanschap laat het plezier zien dat Helma beleeft aan het werken met klei. Daarnaast is het ook een ode aan de prachtige kunst van de Art- Deco en het pottenbakkers vak. Deze schaal is een prachtig charme offensief om meer mensen te verleiden ook dit mooie ambacht te gaan leren en beoefenen.’

Helma heeft haar atelier in het Dorpshuis te Smilde, na afspraak vrijblijvend te bezoeken.

Tip van Jan Bos over de voorganger van het DSG

Deeltje van een catalogus , waarin een later beroemde naam , Anton Heyboer, voorkomt als lid van de Kunstkring Drentse Schilders, de directe voorloper van het DSG. Een aantal leden van deze kring ging mee in de oprichting van het DSG in 1954.

Na WO II begon het kunstleven in Drenthe wat meer vorm te krijgen. In juli 1946 richtte Reinhart Dozy samen met Jan Kagie, Hans Heyting, Louis Kortenhorst, Anton Heyboer, Erasmus Bernhard von Dülmen Krumpelmann, Arent Ronda en Hein Kray de kunstkring ‘De Drentse Schilders’ op.

Al in het najaar werd in Assen de eerste expositie gehouden, waar niet alleen werk van de initiatiefnemers was te zien, maar ook van J. en L.M. Krans en van Anna Maria Braakensiek-Dekker. De kunstkring organiseerde jaarlijks een zomer- en een wintertentoonstelling, meestal in het Gymnasium of het V.O.R.K.-gebouw in Assen, maar ook wel in Meppel. H.J. Prakke was erevoorzitter van de groep.

In de loop der jaren zijn verder, voor langere of kortere tijd, lid geweest: Ali Alssema, P. Jac. Ansen, B. Arendshorst, A. van der Boon, J.A. Deodatus, E.H. von Dülmen Krumpelmann, M. Eisma, A. Keizer, E. Musch, J. Ponne, W. Schoonhoven van Beurden, J. Schuurhuis en A. Torie. Kagie en Van der Boon verlieten de kunstkring al na korte tijd, omdat zij ontevreden waren over de kwaliteit van het op de tentoonstellingen getoonde werk. Verschil van opvatting over het artistieke niveau van de deelnemers leidde er in 1954 toe, dat een aantal leden vertrok en een nieuwe vereniging oprichtte: Het Drents Schildersgenootschap. Dit betekende het einde van De Drentse Schilders.

Genootschap van schilders

In november 1954 opgericht door een aantal kunstenaars dat kort daarvoor uit de kunstkring De Drentse Schilders was getreden. Dit waren M. Eisma, E.B. en E.H. von Dülmen Krumpelmann, T. Jager, E. Musch, J. Schuurhuis, A. Keizer, A. Torie en A. Ronda.

Zij vroegen K.H. Lambers, burgemeester van Anloo, als voorzitter op te treden, hetgeen hij vele jaren heeft gedaan. Het doel van Het Drents Schildersgenootschap was het houden van tentoonstellingen in en buiten Drenthe. Nieuw was daarbij dat het lidmaatschap aan strenge, professionele criteria gebonden was, dit in tegenstelling tot het lidmaatschap van De Drentse Schilders, die minder hoge eisen met betrekking tot artistieke kwaliteit stelden.

In de beginjaren waren de tentoonstellingen op allerlei plaatsen in de provincie te zien, o.a. in scholen, dorpshuizen en cafés, later maakte men vooral gebruik van beter geoutilleerde, speciale tentoonstellingsruimten die in de grotere Drentse gemeenten werden opgericht. Ook kwamen er steeds meer exposities in andere provincies en een enkele keer in het buitenland.

Als blijk van officiële waardering voor zijn rol bij het bevorderen van de belangstelling voor beeldende kunst in de provincie kreeg de vereniging in 1977 de Culturele Prijs van Drenthe. In de loop der jaren werden naast schilders en tekenaars ook beeldhouwers, grafici en keramisten als lid toegelaten.

Bijna alle naoorlogse Drentse kunstenaars van enig belang zijn wel voor langere of kortere tijd lid van het DSG geweest, onder wie, naast de oprichters: L. von Dülmen Krumpelmann, B. Groen, F. Haanstra, A. Hafkenscheid, K. Homan, R. Homan, A.Kuiper, J. Kuyper, Jan van Loon, B. Pots, A. Rademaker, Rudi Seidel, K. Smink, B. Snijders, F. van der Veen, B. van Voorn en G. van de Weerd. Ter gelegenheid van het 10-, het 25- en het 35-jarig bestaan had de vereniging tentoonstellingen in het Drents Museum te Assen.

Opening expositie Zand, Klei en Veen – van Gogh Nu

Vrijdag 12 januari is de expositie Zand, Klei en Veen – van Gogh Nu geopend door wethouder Bert Jan ten Oever, verantwoordelijk voor het gemeentelijk cultuur beleid in Assen. De wethouder prees de voortvarendheid van het DSG om met deze expositie aansluiting te zoeken bij het belangrijke van Gogh jubileum jaar in Drenthe. Tevens riep hij op om de naamsbekendheid van de DSG Galerie te vergroten, opdat alle Assenaren kennis kunnen nemen van dit Kunst- en Cultuur aanbod.

Naast de kunstwerken van 14 DSG leden vormen de prachtige (Groningse) landschap foto’s van Clementine van der Bent een belangrijk onderdeel van de expositie.

Voorzitter Fokko Rijkens nodigde vervolgens alle aanwezigen uit om een toast uit te brengen op het nieuwe jaar 2024.

PERSBERICHT Expositie Zand,  Klei en Veen – van Gogh nu

                                                                        PERSBERICHT

140 jaar geleden stapte Vincent van Gogh uit de trein in Hoogeveen en begon aan zijn reis door Drenthe. Wat trof hij daar aan? Uitgestrekte heidevelden, afgegraven veengronden, bemoste huizen en schaapskooien, bomen in herfsttooi. Maar wat zou hij gezien hebben als hij nu uit de trein was gestapt? Nog steeds landschappen van zand, klei en veen, overlopend in de onlanden van Groningen. Clementine v.d.Bent laat dat in haar foto’s zien samen met 14 kunstenaars van het DSG.

Clementine v.d.Bent laat zich als een ontdekkingsreiziger verwonderen door de uitgestrekte velden en desolate sferen van het Groninger landschap.

Siemen Dijkstra toont zijn sterke verbondenheid met het Groningse en Drentse rurale landschap, waar hij opgroeide als kind.

Rineke Hollemans laat in haar houtsneden het afwisselende landschap van de groenlanden, velden en stroomdalen zien met een mozaïek van kleine bosjes, zandduinen, graslanden en heidevelden.

In het werk van Herman Kolker is de invloed te zien van de mens op turfvelden, dijken, kwelders en essen.

Sikko Mulder werkt vanuit structuur en kleur naar een samengaan hiervan met een zwak heimwee naar het landschap.

In het werk van Erik van Ommen spelen natuur en vogels in het bijzonder een grote rol.

Wanneer je met je ogen door een bos van Wout Wachtmeester wandelt, voel je de sprankeling van het licht op je gezicht, hoor je het knisperen van de bladeren, het ruisen van de wind en het knappen van een takje onder je voeten.

Het landschap is überhaupt een belangrijk thema binnen het DSG. De provincie Drenthe heeft nog steeds veel moeras-en heidegebieden met beekjes, vennen, poelen en meertjes. Menselijke ingrepen, zoals wegen, kanalisaties, stroomleidingen en bouwwerken passen zich bijna vanzelfsprekend in de artistieke waarneming aan zonder het landschap geweld aan te doen. Juist op deze manier wordt het proces van continue verandering en van het verdwijnen van de oorspronkelijke natuur indringend als thema behandeld. Weidse en sterk horizontaal gelede duin -en polderlandschappen, een roerige wolkenhemel en het spel van het licht op waterpartijen, akkers, weilanden en daken worden soms op een realistische, soms op een impressionistische manier geïnterpreteerd, soms verdwijnt het landschap in abstracte en atmosferische kleurvlakken. Zoals ook te zien is in het werk van Mieke Clement, Marieke Geerlings, Mark Lisser, Jan van Loon, Albert Rademaker, Jowan Remmig, Fokko Rijkens en Nicole v.d.Veen – Kerssies.